18-11-2008

Brave indoctrinatieslachtoffertjes...

Goed nieuws, de kosten en moeite die overheid en sociale elite zich getroost hebben bij de multiculturele indoctrinatie van de afgelopen decennia blijken toch geen volstrekt verspilde moeite te zijn geweest.

Bleek eerder uit een onderzoek dat een meerderheid van de bevolking de naoorlogse migratie de grootste vergissing uit de Nederlandse geschiedenis vindt, nu blijkt dat al dat enthousiaste propageren, op school en in de media, van de dogma's van de multiculturaliteit toch wel enig effect heeft gesorteerd.

Uit een onderzoek blijkt namelijk dat een significant deel van de Nederlanders immigratie meer als een "kans" ziet dan als een "probleem" en een grote meerderheid nog altijd met droge ogen de cliché durft te onderschrijven dat immigratie een verrijking van de cultuur is.

Er is toch wel een speciaal soort blindheid voor nodig om de sociale desintegratie ten gevolge van de massamigratie van de afgelopen decennia als verrijking te omschrijven.

Maar goed, een meerderheid van de Nederlandse bevolking heeft nog altijd minder dan 5% allochtonen in de buurt wonen. In die situatie kun je jezelf wel enige dromelarij veroorloven over de verrijking die van migratie uitgaat en al die mooie kansen die een instroom van nieuwkomers biedt.

01-10-2008

Albert Heijn schiet te hulp...

'Prachtig wordt de wijk met AH', kopte de Volkskrant een tijdje terug naar aanleiding van de opening van een Albert Heijn in de Betje Wolffstraat in Den Haag. Minister van Wonen, Wijken en Integratie Ella Vogelaar vond het openen van deze winkel zo'n heugelijk feit dat ze de Algemene Politieke Beschouwingen zelfs even liet wat ze waren om de opening met een toespraak op te luisteren.

De Albert Heijn aan de LeywegDe Albert Heijn aan de Leyweg die vorig jaar vertrok

Ook mede PvdA'er Henk Kool, Haags wethouder van sociale zaken, was enthousiast: ‘Ik ben hartstikke trots op deze winkel, ik ben hartstikke trots op Albert Heijn.’ Het zegt alles over de luchtkastelen die in de naar Vogelaar vernoemde probleemwijken worden opgetrokken, dat van de simpele vervanging van een C1000 door een Albert Heijn zulke hooggespannen verwachtingen worden gekoesterd.

In het artikel wordt gedaan alsof een verouderde C1000 uit quasi-idealistische motieven is vervangen door een spiksplinternieuwe Albert Heijn. De werkelijkheid is dat de Betje Wolffstraat in een vorige stadsvernieuwingsronde een aantal jaar geleden al een grondige renovatie heeft ondergaan. Het gebouw waarin eerst de C1000 zat en nu de Albert Heijn is het product van die renovatie. Niets verouderde C1000 dus, maar gewoon een normale supermarkt in een pand van een aantal jaar oud die als onderdeel van een zakendeal in handen van Albert Heijn terecht is gekomen (zie voor details over dat laatste: hier en hier).

Vol trots wordt vermeld dat Albert Heijn heeft beloofd personeel uit de buurt in te zetten. Wat denken deze mensen, dat het personeel van de C1000 werd ingevlogen uit sjieke wijken als de Staatsliedenbuurt en het Benoordenhout?

Ene Jan-Willem Grievink wordt in het Volkskrant artikel opgevoerd als supermarkt deskundige. "Andere supermarkten bezoek je om iets te kopen," orakelt hij, "bij Albert Heijn heeft het winkelen ook iets sociaals."

Zijn dit de strohalmen waaraan men zich vastklampt?

Je zou bijna geloven dat de inboorlingen een voorheen ongekend genot mogen smaken. De werkelijkheid is dat een paar straten verderop het grotere winkelcentrum De Leyweg is gelegen. Daar zat tot voor kort een Albert Heijn, maar die is vorig jaar vertrokken en vervangen door een vestiging van de Hoogvliet. Aan het ontbreken van een Albert Heijn heeft het dus niet gelegen bij de verloedering van wat ooit een doodgewone buurt was, waarvan niemand het in zijn hoofd zou hebben gehaald te spreken over een probleemwijk.

De realiteit is dat deze wijken ten gevolge van een volstrekt onverantwoord migratiebeleid de laatste decennia blootstaan aan een onafgebroken stroom van nieuwkomers. Inmiddels bedraagt het percentage allochtonen in het postcodegebied van dit Albert Heijn filiaal meer dan 46%. Ook het grootste deel van de autochtone bewoners is echter nieuwkomer, afkomstig uit wijken waar je inmiddels geen blanke meer aantreft, zoals de Schilderswijk en Transvaal. Hoe kan zo'n massale instroom leiden tot iets anders dan grootscheepse sociale desintegratie?

Het AD besteedde enige tijd geleden aandacht aan de Betje Wolffstraat:

Een gezin in de straat is duidelijk: het gaat niet goed met Moerwijk West (hetgebied tussen Erasmusweg, Betje Wolffstraat, Loevesteinlaan en Zuiderpark). "Ik laat mijn dochter (17) niet meer na donker naar de C1000 in de Betje Wolffstraat gaan. Daar is het niet meer veilig," aldus de vader des huizes.

De man somt een reeks incidenten op van de laatste tijd. De meest in het oog springende: een verwarde man die met een slagersmes bezoekers in de C1000 bedreigt; baldadige jongeren die er (tijdelijk) met de motor van een politieagent vandoorgaan; de vele ruiten die worden ingegooid bij winkeliers in de Betje Wolffstraat; de beroving op klaarlichte dag van mensen die net hadden gepind naast de C1000; en een veelvoorkomende: net gekocht eten dat zo van de transportband bij de supermarkt wordt gepikt."

Bron

Gelukkig is het einde van al deze ellende nu in zicht, met dank aan Albert Heijn. Tenminste, voor wie in fabeltjes gelooft. Wie er wat meer realistische ideeen op nahoudt, zal zich realiseren dat het herstellen van sociale verbanden heel wat moeilijker is dan het vernietigen ervan. Daar is heel wat meer voor nodig dan het vervangen van een C1000 door een Albert Heijn.

15-09-2008

Onwil of onkunde...

In Gouda rijdt de bus sinds zaterdag een stukje om, in een poging overlast, agressie en criminaliteit door allochtone jongeren te vermijden. Een woordvoerster van busbedrijf Connexion verklaart dat er de afgelopen paar maanden zeven ernstige incidenten in Gouda zijn geweest. Het zou gaan om het bespugen, bedreigen en beroven van de bestuurders. Ook stuiten de chauffeurs op wegblokkades en wordt op straat tegen de bus aangeschopt. "De chauffeurs staan echt doodsangsten uit." Het resultaat is dat buschauffeurs, met instemming van hun bedrijf, een deel van de Goudse probleemwijk Oosterwei overslaan.

Wim Cornelis, de burgemeester van GoudaBurgemeester Wim Cornelis
Pvda'er ontkent dat er sprake is van een reeks incidenten

Volgens Pvda burgemeester Wim Cornelis is er geen sprake van een reeks incidenten: "Het betreft een beroving die voor de chauffeurs aanleiding is geweest om een stukje om te gaan rijden. Als er meer aan de hand zou zijn, had ik dat wel van de politie gehoord. Overigens is het besluit van de chauffeurs heel begrijpelijk."

Gaat het hier nu om ouderwetse struisvogelpolitiek of is er iets fundamentelers aan de hand, namelijk dat het de autoriteiten echt ontbreekt aan het vermogen of de middelen om dit soort misstanden waar te nemen. Cynici zullen geneigd zijn om het eerste aan te nemen, maar is de tweede optie feitelijk niet veel verontrustender?

Op een persoonlijke noot: na onze studie in Leiden zochten mijn vriendin en ik een woonplaats. We dachten Gouda, dat moet nog een leuk knus stadje zijn. Dat was tweede helft jaren negentig. Toen al werden we er door iemand die Gouda goed kende op gewezen dat de zegeningen van de multiculturele samenleving ook daar al volop geteld konden worden.

Goed om te zien dat de autoriteiten in de meer dan tien jaar die sindsdien verstreken zijn de problemen voortvarend hebben aangepakt.

Ondertussen zijn ouderen de dupe van de gang van zaken.

11-08-2008

Quelle Horreur...

Soms wordt je in het leven op je wenken bediend. Ik schreef in een vorig bericht al over de angst om voor racist versleten te worden die zelfs de vrijgevochten scribenten van Het Vrije Volk in de greep heeft. Een perfecte illustratie daarvan volgde gisteren in de vorm van het protest van Muriel Muyres tegen de sneer die in de rubriek "Ondertussen, bij de buren" werd uitgedeeld aan het Olympisch Elftal van Foppe de Haan.

In die rubriek wordt een overzicht gegeven van verwijzingen naar artikelen her en der op het internet die in de ogen van de redactie van Het Vrije Volk wel eens van interesse zouden kunnen zijn voor bezoekers van de site. Regelmatig wordt daarbij gebruik gemaakt van spot en ironie. Zo werd afgelopen zondag met de tekst "Foppe's jonge multikul-oranje gered door één van de weinige blanken" verwezen naar een wedstrijdverslag in De Telegraaf van het in blessuretijd behaalde 2-2 gelijkspel van het Nederlands Olympisch voetbalteam tegen de Verenigde Staten.

Schaamte
Die woorden schoten Muyres in het verkeerde keelgat. "Ondanks de dramatisch mislukte multiculturele samenleving (...) steun ik iedere voetballer die ons land vertegenwoordigt," verklaart Muyres geschokt. Fantastisch, niemand weerhoudt Muyres en de medeondertekenaars van zijn protest ervan iedereen die een oranje shirt aantrekt blind en onvoorwaardelijk te steunen. Alleen was de reden dat de sneer werd uitgedeeld nou juist dat deze voetballers een jaar geleden in een onbewaakt ogenblik de indruk hadden gewekt dat ze zichzelf, puntje bij paaltje, toch vooral zagen als vertegenwoordiger van hun land van herkomst, door na het behalen van het Europees Kampioenschap voor jeugdteams te gaan zwaaien met Surinaamse vlaggen. Dat leidde alom tot verontwaardigde reacties en bracht de KNVB ertoe het wapperen met buitenlandse vlaggen door spelers van vertegenwoordigende elftallen officieel te verbieden.

De sneer waar Muyres en de zijnen zich zo druk over maken is hoogstwaarschijnlijk weinig meer dan een verlaatte uiting van de irritatie die dat incident opriep. Hier zou een verhandeling kunnen volgen over het belang van humor als uitlaatklep voor maatschappelijke spanningen, maar ik zal het er bij laten vast te stellen dat je zo druk maken over over een snedige opmerking en daarbij een woord als "schaamte" te gebruiken, getuigt van humorloosheid en een ernstig gebrek aan relativeringsvermogen. Over de geur van morele zelfbevlekking die dit soort politiek correcte uitingen van ontzetting, die vooral lijken te dienen om de eigen morele verhevenheid ten toon te spreiden, oproepen zwijg ik ook maar.

Wat is er overigens uberhaupt zo verschikkelijk aan om je niet, of minder, te kunnen identificeren met een team waarin je jezelf niet kunt herkennen? De verbondenheid met sporters en sportteams staat en valt bij volstrekt irrationele vormen van emotionele betrokkenheid. Te doen alsof ras daar geen rol bij zou moeten mogen spelen, is weer zo'n dwaze ontkenning van de menselijke aard waar de politiek correcte kliek de laatste decennia een patent op heeft gehad. Het is een feit dat we, op puur instinctief niveau, anders reageren op mensen van onze eigen etniciteit dan op die van een andere. Dat is aangetoond door onderzoek. Wat schieten we er mee op dat te ontkennen of er een drama van te maken?

Geen natuurlijke verschillen?
Alsof deze storm in een glas water al niet bespottelijk genoeg was, getuigt de verwarde en gehaast overkomende bewoording van het protest ook nog eens van een naïef egalitair denken, dat rechtstreeks uit de hoogtijdagen van de maakbaarheidsgedachte lijkt te stammen. "Er zijn geen natuurlijke verschillen tussen mensen" wordt namelijk vol aplomb verkondigd. We zullen er maar vanuit gaan dat in de haast even vergeten is duidelijk te maken dat er wordt gedoeld op verschillen langs raciale lijnen. Het is tenminste moeilijk voor te stellen dat iemand heden ten dage nog zou betogen dat er überhaupt geen aangeboren verschillen in aanleg en begaafdheid bestaan tussen individuen. Maar dan nog blijf het kolder.

Een verschil in huidskleur is immers al een natuurlijk verschil, dus daarmee is het idee dat er geen natuurlijke verschillen langs raciale lijnen zijn op zich al van tafel. De significante verschillen in vatbaarheid voor bepaalde ziektes die tussen raciale groepen bestaan, maken duidelijk dat de verschillen zich ook zeker niet beperken tot de oppervlakte van de huid. Goed, om wat Muyres eigenlijk bedoelde nog maar wat nader te preciseren: waarschijnlijk werd er bedoeld dat er geen verschillen in aanleg voor bepaalde activiteiten is tussen de rassen. Daarmee raken we aan de kern raken van het taboe dat rust op raciaal bepaalde verschillen.

Nu zou je zeggen, dat de zware oververtegenwoordiging van gekleurde spelers in het Olympisch team, al wijst in een andere richting. Op zich zijn er best sociaaleconomische en culturele factoren te vinden die aan die oververtegenwoordiging bijdragen. De voetballers van het Nederlands Elftal komen bijvoorbeeld van oudsher vooral uit de steden, waar altijd wel kinderen voor een partijtje te vinden zijn en pleintjes om op te spelen. Een factor bij de radicale verkleuring van het Nederlandse jeugdteam de afgelopen jaren zou dan kunnen worden gevonden in de even radicale verkleuring van de Nederlandse steden. En zo zijn er ongetwijfeld meer factoren te verzinnen.

Maar kan een zo structurele en totale oververtegenwoordiging van donkere speler als bijvoorbeeld bij het Franse nationale elftal het laatste decennium het geval is en die, blijkens de samenstelling van het Olympisch Elftal, ook ons voorland is, werkelijk louter door omgevingsfactoren worden verklaard?

Het voert te ver om hier uitgebreid op die vraag in te gaan. Het punt is dat het een vraag is die niet op basis van een taboe buiten de orde moet worden geplaatst. Zeker niet in een samenleving die er voor "gekozen" heeft om, behalve een multicultureel, ook een multiraciaal karakter aan te nemen. Want als er namelijk, quelle horreur, onverhoopt nou eens wel gemiddelde verschillen in aanleg bestaan tussen de verschillende raciale groepen die groot genoeg zijn om gevolgen te hebben voor de maatschappelijke prestaties, dan lijkt het toch beter om daar open en rationeel over te kunnen praten.

Zo niet, dan heeft de anti-discriminatieindustrie vrij spel om optimaal misbruik te maken van hun kant en klare verklaring voor verschillen in maatschappelijke prestaties: D-I-S-C-R-I-M-I-N-A-T-I-E.

30-07-2008

Angst voor racisme...

Het is fascinerend om te zien hoe groot de angst is om van racisme te worden beschuldig, zelfs in kringen die zichzelf als vrijgevochten verdedigers van het vrije woord zien. Wij wanen ons een moderne en rationele samenleving, maar rond raciale verschillen is sprake van een volledig functionerend taboe, met alle irrationaliteit van dien. Een taboe waaraan zelfs Het Vrije Volk zich maar zeer ten dele weet te ontworstelen.

In een bijdrage onlangs, zette Michiel Mans terecht minister Plasterk op zijn nummer vanwege een tweetal uitspraken in het programma zomergasten. Één daarvan was een nogal gratuite opmerking over het racisme van nobelprijswinnaar James Watson, één van de ontdekkers van de structuur van DNA. Watson kwam vorig jaar in de problemen door uitspraken over de intelligentie van Afrikanen. Plasterk, voelde zich, na een fragment over de wetenschapper Watson, blijkbaar geroepen om zich voor alle zekerheid maar even te distantieeren van de racist Watson.

De affaire Watson was een perfecte illustratie van de hysterie die vraagstukken van raciaal bepaalde verschillen steevast los weten te maken. Watson had in een interview met de Times uitspraken gedaan over verschillen in intelligentie langs raciale lijnen. Het waren tamelijk nuchtere uitspraken, waar op het eerste gezicht weinig tegen in te brengen leek. Het kwam hem desalniettemin te staan op een intellectuele lynchpartij van formaat. De hoogbejaarde Watson, geschokt door de hysterische reacties die hem ten deel vielen, probeerde zijn woorden nog terug te nemen. Terugkrabbelen baatte hem echter niet meer. Spreekbeurten werden afgezegd en hij werd gedwongen terug te treden als hoofd van het wetenschappelijke bureau waar hij werkzaam was.

Het dieptepunt was misschien wel de bekendmaking, op basis van DNA onderzoek, dat Watson zelf in zijn stamboom een zwarte voorouder had. Alsof Watson een rabiaat racist was die met een dergelijke onthulling mooi te grazen was genomen.

Mans betoogt, terecht, dat verschillen tussen raciale groepen niet op een dergelijke manier buiten de discussie moeten worden gehouden. Maar helemaal op zijn gemak met het onderwerp lijkt hij zich toch niet te voelen, getuige het afsluiten van zijn bijdrage met een geforceerd grapje, over hoe een een gedeeltelijke afstamming van Neanderthalers tot hilariteit aan de andere kant van de Middenlandse zee zou leiden, en het uiten van de mening dat hij een klein verschil in gemiddeld IQ niet uitsluit, maar denkt dat dat geen grote gevolgen heeft.

Het probleem is dat maar zeer de vraag is of dat laatste wel klopt. Er kleven, gezien onze 'keuze' om te transformeren naar een multiraciale samenleving, verstrekkende gevolgen aan verschillen in intelligentie tussen raciale groepen. Dat er aantoonbare verschillen bestaan in gemiddeld IQ is voor iedereen die bereid is dit onderwerp open en eerlijk te benaderen wel duidelijk. Hooguit kan er gediscussieerd worden over de oorzaak ervan en dan met name over de vraag welk deel van die IQ-verschillen biologisch gedetermineerd zijn. Dat dat voor 100% het geval is, is aantoonbaar onjuist. Maar het probleem is dat het tegenovergestelde even onjuist is. De waarheid ligt, zoals wel vaker, in het midden. Alleen, dat te accepteren zet een dikke streep door de egalitaire fantasieën waarop wij bezig zijn een samenleving te funderen.

Het grote probleem met die egalitaire fabeltjes is dat ze de verwachting wekken dat de verschillende etnische groepen onder gelijke omstandigheden gelijk zullen presteren. Blijven die gelijke prestaties uit, dan moet daar een verklaring voor gevonden worden. De tientallen antidiscriminatie bureaus hebben het antwoord al klaar: discriminatie! Het is die keer op keer herhaalde beschuldiging, hoe aantoonbaar onjuist ook, die de toon zet voor de sfeer van ressentiment, wrok en afgunst die multiculturele en/of multiraciale samenlevingen kenmerkt.

Dat is wat het taboe dat rust op raciale vraagstukken zo veradelijk maakt. Juist over verschillen in aanleg en capaciteiten tussen bevolkinggroepen moet open en eerlijk gediscussieerd kunnen worden, zodat verschillen in het sociaal-economische functioneren niet onmiddellijk tot allerlei onzinnige verwijten leidt.

30-06-2008

Geen vervolging Geert Wilders

Geert Wilders ontspringt de dans. Dat is goed nieuws voor hem. Minder goed nieuws is dat de beslissing om Wilders niet te vervolgen hoogstwaarschijnlijk op geen enkele wijze is ingegeven door een werkelijke overtuiging van het belang de waarde van vrije meningsuiting.

Wilders uitspraken zijn volgens het Openbaar Ministerie "weliswaar beledigend over moslims" en dus strafbaar onder artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht, maar omdat ze zijn gedaan binnen de context van het maatschappelijk debat wordt van strafvervolging afgezien.

Het gaat hier om een puur opportunistische keuze, ingegeven door het feit dat zelfs het O.M. wel beseft op welk niveau een land terechtkomt als prominente politici vervolgd worden voor het uiten van onwelgevallige meningen.

Ondertussen zegt het alles over de wettelijke status van het vrije woord in Nederland, dat er blijkbaar naar een reden moest worden gezocht om niet tot strafvervolging over te gaan.

21-05-2008

Een Exercitie in Huichelarij

Via de site www.tweedekamer.nl zijn de debatten in de tweede kamer tegenwoordig live vanuit de huiskamer te volgen, maar het is de vraag of dat nu zo'n verstandig idee is. Het van begin tot eind volgen van kamerdebatten stemt over het algemeen niet al te vrolijk over ons politieke systeem. Het spoeddebat over de arrestatie van de cartoonist Gregorius Nekschot was geen uitzondering. Het teleurstellende debat was vooral een exercitie in huichelarij, met als intellectuele winnaar nota bene CDA-woordvoerder Sybrand van Haersma Buma.

Waarom? Omdat hij als enige de conclusie trok dat als partijen problemen hebben met de vervolging van iemand als Gregorius Nekschot, ze iets moeten doen aan de onderliggende wetgeving, met name artikel 137c, dat belediging van bevolkingsgroepen strafbaar maakt en daarmee elke harde grap over ras, godsdienst of seksuele oriëntatie feitelijk verbiedt. Wie terugdeinst voor die conclusie blijft steken in kritiek over de excessieve manier waarop Nekschot vorige week dinsdag werd aangehouden. Maar op dat punt was minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin nou juist bereid de toe te geven dat het een nacht in de cel houden van Nekschot bij hem ook wel wat vraagtekens opriep.

Zo werd het een warrig debat. Wat daarbij overigens opviel was dat alleen VVD en Groen Links met hun fractievoorzitter aanwezig waren. Met Marc Rutte en Femke Halsema zijn naast de aanvrager van het debat, D'66 woordvoerder Boris van der Ham, meteen ook de meest actieve deelnemers aan het debat genoemd.

In het geval van Halsema liep dat uit op een bizarre vertoning. De partij die één van de aanjagers is van de antidiscriminatie-hysterie die het klimaat voor deze arrestatie heeft geschept, probeerde het hoogste woord te woord te voeren in een debat over de trieste gevolgen daarvan. Pure huichelarij. Wat voor soort volk gaat er immers schuil achter clubjes als het Meldpunt Discriminatie Internet, de organisatie die tekende voor de aangifte tegen Nekschot? Het antwoord luidt uiteraard: de extreem-linkse activistische achterban van Groen Links.

Wat dat betreft was de opstelling van de PvdA heel wat geloofwaardiger. Hun woordvoerder, Ton Heerts, probeerde wijselijk om vooral maar zo min mogelijk op te vallen. Ook de SP-fractie, die normaal garant staat voor ronkende uitspraken, kwam verdacht bleutjes voor de dag. Beide fracties begrepen beter dan Halsema dat de vervolging van Nekschot past in het beleid om discriminatie harder te bestrijden, waartoe de linkse partijen de regering in het verleden zelf per motie hebben opgeroepen.

Je moet voor de verdediging van onze vrijheden eenvoudigweg niet aan de linkerkant van het politieke spectrum zijn. Ook D'66 had dat wat dat betreft een flinke klont boter op het hoofd, met een fractievoorzitter die Geert Wilders bij herhaling van racisme beschuldigd vanwege zijn islamkritiek en een voorstander is van vervolging van de PVV-voorman.

En de VVD dan? Die waren met acht man uitgerukt voor het debat en zetten zwaar in, met uitspraken als 'politieke vervolging'. Ook Rutte weigerde echter onder ogen te komen dat het probleem schuilt in de veel te vergaande beperking van de vrijheid van meningsuiting die uitgaat van onze wetgeving. Voor de PVV gold hetzelfde, die partij richtte de peilen vooral op de minster van OCW, Ronald Plasterk, en riepen hem op om pal te staan voor de artistieke vrijheid. Maar waarom zou een cartoonist meer vrijheid moeten hebben dan een gewone burger? Iedereen moet zijn mening kunnen uiten, ook als die bepaalde bevolkingsgroepen onwelgevallig is.

Door de weigering om artikel 137c en 137d van het Wetboek van Strafrecht in het debat te betrekken, kon iedereen bij herhaling huichelachtig verklaren dat ze grote waarde hechten aan de vrijheid van meningsuiting. Afgaande op het debat van gisteravond is de werkelijkheid dat het vrije woord in handen van geen van deze partijen echt veilig is.

Echte voorvechters van de vrijheid van meningsuiting leggen zich niet neer bij gedrochtelijke wetsartikelen als 137c en 137d.

18-05-2008

De Aanval op het Vrije Woord

De vervolging van cartoonist Gregorius Nekschot hoeft niemand te verbazen. Hooguit was de volstrekt excessieve manier waarop, met een grootscheepse politieinval, een onnodige arrestatie en als slagroom op de taart een volle nacht in de cel, verrassend te noemen. De vervolging op zich past echter perfect in de ontwikkelingen die zich sinds de eeuwwisseling in dit land hebben voorgedaan.

Het zijn interessante tijden waarin we leven, we maken de demasqué van een samenleving mee. Het eigenbeeld van een vrije en tolerante samenleving, dat dit land zo vol trots koesterde, wordt voor onze ogen tot op de laatste steen afgebroken. Alle hoogdravende huichelarij op en rond 4 en 5 mei kan niet verhullen dat we in werkelijkheid leven in een land waar mensen voor het uiten van hun mening worden vervolgd, bedreigd en vermoord.

Op de site Het Vrije Volk prijkte boven één van de artikelen die naar aanleiding van de arrestatie van Nekschot verscheen een DDR-vlag en elders zijn de verwijten van Stasi- of Gestapo-praktijken niet van de lucht. Dit is echter gewoon Nederland en wat hier gebeurt valt keurig binnen zowel de letter als de geest van onze wetgeving. Ook aanvallen op Paul Velleman, de verantwoordelijke officier van justitie, en Ernst Hirsch Ballin, de huidige minister van justitie, slaan de plank daarom feitelijk mis, al is de rol van beide heren odieus. Laat er geen misverstand over bestaan: het fundamentele probleem schuilt niet in de uitvoering, maar in de onderliggende wetgeving.

De harde werkelijkheid is dat het vrije woord in dit land nooit echt wortel geschoten heeft. Een organisatie als de American Civil Liberties Union (ACLU), die zich onvoorwaardelijk voor de vrijheid van meningsuiting inzet, ook als de meningen die geuit worden hen onwelgevallig zijn, zul je in Nederland dan ook niet vinden. De ACLU, feitelijk een linkse organisatie, heeft in een beroemde zaak ooit het demonstratierecht van Neo-Nazi's met succes verdedigd. Zoiets is in Nederland onvoorstelbaar. Wij moeten het doen met uiterst dubieuze clubjes als Artikel 1 en het Meldpunt Internetdiscriminatie, die ongehinderd en ongegeneerd kunnen strijden tegen de vrijheid van meningsuiting. Sterker nog, die daarvoor subsidie van de overheid ontvangen.

Door het ontbreken van diepe wortels, heeft de vrijheid van meningsuiting in dit land ook nooit een fundamentele wettelijke waarborg gekregen. Het vrije woord heeft altijd een voorwaardelijk karakter behouden. De laatste decennia zijn de wettelijke grenzen regelmatig overschreden, voornamelijk door publicisten en cartoonisten van linkse signatuur die hun pijlen richtten op het Christendom of het Koningshuis, zonder dat daar juridische consequenties aan verbonden waren. Zo kon het idee ontstaan dat we vrijer waren om te zeggen wat we willen, dan ooit tevoren.

De trieste waarheid is dat het ging om gedoogbeleid. Zaken als majesteitsschennis en godslastering zijn nooit uit het Wetboek van Strafrecht verdwenen. In plaats daarvan zijn er de afgelopen decennia juist vergaande nieuwe beperkingen van de vrijheid van meningsuiting aan het strafrecht toegevoegd, in de vorm bepalingen over het beledigen van of oproepen tot haat tegen bevolkingsgroepen. Op de enige grondwettelijke garantie voor vrijheid van meningsuiting, in artikel 7, volgt een grote maar.

In één van de vorige bijdragen op dit blog is al eens in meer detail op ons gebrek aan vrije meningsuiting ingegaan. Het komt er in dit land op neer dat je mag zeggen wat je wilt, maar voor verkeerde meningen gestraft zult worden. Dat is natuurlijk een schijnvrijheid.

Wanneer er in de toekomst weer eens iemand soepel op een erkenning van het belang van vrijheid van meningsuiting, laat volgen dat die vrijheid van meningsuiting ook zijn beperkingen kent, is het goed om het beeld van een cartoonist die wordt opgepakt door een arrestatieteam en een nacht in de cel mag doorbrengen in de herinning op te roepen. Dat is namelijk de werkelijkheid achter die bezadigde woorden.

Niemand moet zich door dit soort charlatans voor de gek laten houden. Wie beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting verdedigd, die zo ver gaan als die in dit land, is een vijand van het vrije woord, ook kan of wil de persoon in kwestie dat aan zichzelf niet toegeven.

02-04-2008

Fantaseren over de dood van Geert Wilders

De geweldsfantasieën over een aanslag op Geert Wilders die op TV (Paul de Leeuw en Café de Wereld) en Youtube de ronde doen zijn veelzeggend. Ze maken duidelijk hoezeer hysterie en frustratie in linkse kring om zich heen grijpen. Steeds duidelijker wordt dat links en de islamitische extremisten die ze voortdurend de hand boven het hoofd menen te moeten houden veel gemeen hebben.

Beide geloven immers hartgrondig in zaken die rationeel gewoon niet meer hard te maken zijn. Wanneer dat soort fanatieke gelovigen wordt geconfronteerd met feiten die de door hen gekoesterde waarheid weerspreken, leidt dat tot zulke diepe frustraties dat die gevoelens een uitweg zoeken in verbaal of fysiek geweld jegens de ongelovigen en afvalligen die dergelijke ketterij verspreiden.

Daarom staan de schrijfselen van de linkse kliek zo vaak bol van haat en woede naar personen die het wagen om hun multiculti-fantasieën ter discussie te stellen, zoals Wilders (en daarvoor Fortuyn, Bolkenstein en Janmaat). Het zijn de hysterische reacties van lieden die verteld wordt dat de aarde om de zon draait, terwijl hun geloof hen ingeeft dat het juist de zon is die om de aarde draait.

Ondertussen wanen deze figuren zichzelf nog dappere verdedigers van fatsoen en respect ook, die met hun aanvallen op de kritikasters van het linkse geloof hun morele voortreffelijkheid aantonen. Je moet het maar met een strak gezicht kunnen volhouden. Wanneer je definitief afscheid hebt genomen van rationaliteit, zoals rechtlijnige aanhangers van de linkse kerk, is het blijkbaar goed mogelijk om te fantaseren over de dood van politieke tegenstanders zonder je morele superioriteit in gevaar te zien komen.

Als er iemand de daad bij het woord voegt, zoals destijds bij Fortuyn, worden er krokodillentranen gehuild, maar blijkbaar niet voor lang. Zo langzamerhand heeft links, in de confrontatie met Wilders, alle lessen van de moord op Fortuyn immers al weer overboord gezet. Wie ketterij verspreidt, zo lijkt de communis opinio, moet niet raar opkijken op de brandstapel te eindigen.

Relevante links:
- Wilders dient verdedigt te worden
- We zijn zo vrolijk want Geert Wilders die is dood

05-03-2008

Geen reden tot (morele) paniek?

Op de opinie-pagina van Trouw trok de Utrechtse socioloog Cas Wouters een tijdje geleden van leer tegen de "morele paniek" rond de vertoning van de pornoklassieker Deep Throat door de publieke omroep. Hij vergeleek recente gevallen van morele paniek, zoals de discussie over breezerseks en groepsverkrachtingen, met de zorgen om de dansrage in de jaren twintig.

Wat hij bij zijn aandacht voor de overeenkomsten daartussen even vergat, is dat er nogal een verschil is tussen jezelf zorgen maken over dansen en jezelf zorgen moeten maken over zaken als groepsverkrachtingen. Feit is dat de morele paniekzaaiers waar Wouters met milde spot over schijft het historisch gelijk volledig aan hun zijde hebben gekregen.

Stel je eens voor dat een jongere van nu één van zijn voorouders uit het interbellum mee zou nemen naar de vleesmarkt die het hedendaagse uitgaansleven is. Die zou tot de conclusie komen dat de angst voor zedenverwildering van de morele paniekzaaiers van destijds volledig terecht was. We lachen om het feit dat mens zich destijds druk maakte om de dansrage omdat die ons, bekeken vanuit het heden, zo onschuldig lijkt.

Hetzelfde zien we als het gaat om de zorgen om het gedrag van voetbalsupporters. Toen voetbal in de jaren dertig opkwam als toeschouwerssport waren er personen die zich druk maakten om de emoties die deze sport bij supporters losmaakte, met name bij jongeren. Nu lachen om die zorgen en zien die periode als een tijd van volkomen onschuldig supporterschap. Waarom? Omdat wij in een wereld leven waar doden vallen bij supportersgeweld.

Kortom, wij lachen als een boer met kiespijn om de zorgen van die tijd. Op allerlei terreinen zijn de stoutste dromen van de morele paniekelingen van destijds vertroffen.

Het is goed om dat in het achterhoofd te houden, als er weer eens een sociale wetenschapper wordt opgevoerd met het riedeltje dat bezorgdheid over moreel verval van alle tijden is. Die redenatie miskent het feit dat daarmee de vraag of die zorgen terecht zijn volstrekt niet beantwoord wordt.